Oog schilderen, stap voor stap: foto’s met uitleg.

Hoe schilder je een oog.

Stap voor stap.

In mijn workshops portretschilderen is dit een geliefd onderwerp en vindt men het fijn als ik laat zien hoe ik een oog schilder. Het is niet moeilijk, als je weet waar op te letten.
De vorm van de oogkas en de schedel bepalen voor een belangrijk deel de vorm van het oog. In de oogkas ‘hangt’ de oogbol. De vorm van het oog wordt verder bepaald door de oogleden, die bij iedereen anders van vorm zijn. Ook de leeftijd speelt een rol: hoe ouder iemand is, hoe meer de oogleden – doorgaans – gaan hangen. Zelden zie je een volledig ronde iris.

Opzet
Ik zet het oog eerst op met pastelkrijt. Ik zorg voor hoekige vormen, zodat er kracht in zit. Later kun je dit verzachten en ronder maken. Vervolgens werk ik verder in olieverf en was ik het oog in met een dun laagje gebrande sienna. Hiermee zit er al een beetje verf op het doek en kan ik het oog opbouwen vanuit een warme middentoon. Wat licht blijft, rechts onder de wenkbrauw, laat ik open.

 

Basisprincipes
Al schilderend werk je:
– Van groot naar klein (eerst grote vlakken, later kleinere details)
– Van achter naar voor (eerst iris -> pupil -> oogwit -> ooglid)
– Van donker naar licht (met olieverf is het namelijk moeilijker om te lichte stukken later te verdonkeren)

 

Schaduw en licht
Let erop dat van zowel de iris als het oogwit, bovenin schaduw zit vanuit het ooglid. Het oogwit is zelden wit. Begin met een vergrijsde toon, onderin mag dat al iets lichter zijn dan bovenin. Je bouwt het licht in het oog langzaam op. Hierdoor komt langzaam de bolling van het oog naar voren.

 

Oogleden
Ook de oogleden bouw je op van donker naar licht. Hier heb ik het onderste ooglid al verder uitgeschilderd dan het bovenste. Zie hoeveel verschillende tinten huidskleur er aanwezig zijn onder invloed van de lichtval. In een oog en ooglid mag rood en roze zitten. Zeker in het hoekje met de traanbuis.

 

Botstructuur
Op deze foto schilder ik de schaduw van de buitenste ooghoek naar de wenkbrauw. Dit is de plaats waar de oogkas overgaat in het slaapbeen en – naar onderen – overgaat in het jukbeen. Je kunt dit bij jezelf voelen. Door deze schaduw aan te geven, samen met meerdere toonwaarden (licht en donker) in het oog en de oogkas, krijg je meer vorm / bolling / plasticiteit in je portret.

 

De laatste hand leggen
Hier heb ik meer licht aangebracht: onderin de iris en het oogwit, op de oogleden, het traanbuisje en rechts boven het oog. Boven de pupil, waar de bolling van het oog het grootst is,  zit het meeste licht op het onder- en bovenooglid. Het traanbuisje zit meestal lager dan de buitenste ooghoek, zodat het traanvocht afgevoerd kan worden. Let hier op. Als laatste zet ik het hooglicht in het oog. Ik neem weer afstand, beoordeel mijn werk en breng zo nodig nog wat wijzigingen aan.
Hoe verder je doorwerkt, hoe fotorealistischer het wordt. Ik houd van schilderachtig werk met een losse toets, dus stop ik eerder. De wimpers bijvoorbeeld, zijn niet als losse haartjes uitgewerkt. Bij het schilderen van twee ogen let je o.a. op de afstand tussen de ogen en hoe ze ten opzicht van elkaar staan. Qua vorm zijn twee ogen zelden gelijk aan elkaar.

Video
Wil je een filmpje zien waarin ik dit oog schilder? Zie elders op mijn blog.

Auteur
Tekst en beeld: Mieke Robben.

Comments 3

    1. Post
      Author

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *